SINTERKLAAS

Sinterklaas is weer in het land! Mylène van Noort sprak hem eerder tijdens een bezoek aan Lloyd Hotel over zijn avonturen in Nederland. Hieronder een gesprek met Sint Nicolaas, aan boord van de pakjesboot.

Hoe maakt u het, Sinterklaas?

Heel goed dank je. Het is een groot feest om op 5 december in Amsterdam te komen.

Heeft u voor iedereen pakjes mee genomen?

Dat spreekt voor zich. Ik laat het managen van de pakjes over aan mijn Pieten. Dat zijn echte vakmensen. Ze kunnen heel nauwkeurig strooien met de pepernoten, precisie strooien. Ze oefenen met de Q. Dat is de moeilijkste letter, want bijna niemand heeft een voornaam die met de Q begint. Ken jij iemand die Quibus heet? Nee, ik ook niet.
En pakjeswerpen is ook een hele kunst hoor. Daar kijk ik met bewondering naar. Vooral Roetpiet is daar een hele Piet in. Dat komt: hij durft het verst naar voren te buigen in de schoorstenen om te zien of er stoute kinderen zijn. Alles ziet die slimme Piet, zich vergissen kan hij niet!
Heb jij ooit een Pietenmuts in je schoen gevonden? Dat is dus het knappe van de Roetpiet. Hij buigt het verst, zonder zijn Pietenmuts te verliezen. En de pakjes vallen bij hem allemaal in de schoenen, zónder kapot te gaan.

In Amsterdam zijn veel toeristen, dus zijn er ook toeristenpieten?

Daar heb je helemaal gelijk in, daarom zijn er inderdaad ook toeristenpieten. Sint begint te zingen: “’T’ is een vreemdeling zeker die verdwaald is zeker”. In het Lloyd Hotel zijn jullie blij zijn dat die toeristen komen logeren. Ik ben blij dat de toeristenpieten mijn Pieten komen helpen. Ik hoop wel dat ze het vak snel onder de knie krijgen, anders worden mijn Pieten zulke Zeurpieten.

Wat is het belangrijkste wat een Piet moet weten?

Een Piet moet enorm veel weten: hoe je hard klopt, hoe je zacht klopt, wat een appeltje van oranje is, waar mijn beste tabberd hangt, wie de koek krijgt en wie de gard.
Maar het allerbelangrijkste voor een Piet, is dat hij muzikaal moet zijn. Een Piet die vals zingt, dat gaat niet. En dat niet alleen, de Pieten moeten álle Sinterklaasliedjes kennen.

Heeft u een favoriet Sinterklaasliedje?

Van alle liedjes word ik vrolijk. Ik heb nog een oude langspeelplaat van de Gouden Nachtegaaltjes. Daar staat een prachtig lied op uit 1918, het Sinterklaasavond lied. Het is geschreven door een Belgische journalist en op muziek gezet door een spoorwegopziener 2de klas uit Leiden. Dat draai ik altijd als ik op 5 december, nadat alle pakjes zijn rondgebracht, bij de open haard zit met een of ander Spaans drankje. Sint zingt zachtjes voor zich uit:

Hoe prettig is nu ’t schemeruurtje
Wij scharen ons om het kachelvuurtje
Dat helder vlamt en vonken schiet
En broer noch zusje heeft verdriet
Een vrolijk liedje wordt gezongen
Nu ’t maantje door de ruiten tuurt
En zo het nog een poosje gluurt
Dan ziet het ons bijeen gedrongen
Als muisjes op een kluitje
En niemand roert zijn snuitje
Elk spitst zijn oren als een haas
Want vader gaat vertellen van Sinterklaas